direct naar inhoud van Artikel 3 Bedrijf - Watergebonden
Plan: Waterfront Noord II
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0243.BP00016-0001

Artikel 3 Bedrijf - Watergebonden

3.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Bedrijf – Watergebonden' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. bedrijven die zijn aangegeven in de bijlage 'Staat van Bedrijfsactiviteiten', met uitzondering van de bedrijven die zijn aangegeven onder SBI code 1993: 351;
  • b. insteekhavens;
  • c. ondergeschikte detailhandel;
  • d. wegen en paden;
  • e. verkeersvoorzieningen, waaronder afscheidingen, lichtmasten, verkeersborden, alsmede voorzieningen voor de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer;
  • f. groenvoorzieningen;
  • g. openbare nutsvoorzieningen.

Ter plaatse van de aanduiding 'ontsluiting' dienen bedrijven aan deze zijde te worden ontsloten.

Niet tot de bestemming wordt gerekend:

  • het opslaan van goederen voor de voorgevel en het verlengde daarvan;
  • geluidzoneringsplichtige inrichtingen.

3.2 Bouwregels
  • a. Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels:
    • 1. gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak gebouwd worden;
    • 2. het bebouwingspercentage mag per bouwperceel niet meer bedragen dan 80%;
    • 3. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan aangegeven;
    • 4. ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding – 45 m' is tot een maximum van 20% van het bouwperceel een maximale bouwhoogte van 45 m toegestaan.
  • b. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels:
    • 1. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen voor de voorgevel mag niet meer dan 1 m bedragen;
    • 2. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen achter de voorgevel mag niet meer dan 3 m bedragen;
    • 3. de bouwhoogte van lichtmasten mag niet meer bedragen dan 6 m;
    • 4. de bouwhoogte van reclameborden en -masten mag niet meer bedragen dan 4 m;
    • 5. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voor zover gelegen binnen het bouwvlak, mag niet meer bedragen dan 12 m;
    • 6. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voor zover gelegen buiten het bouwvlak, mag niet meer bedragen dan 3 m.
3.3 Specifieke gebruiksregels

Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in ieder geval wordt begrepen het gebruik van de gronden ten behoeve van het vestigen van bedrijven welke niet zijn genoemd in de bijlage 'Staat van Bedrijfsactiviteiten' en de bedrijven die zijn genoemd in de bijlage 'Staat van Bedrijfsactiviteiten' voor zover genoemd onder SBI code 1993: 351.

3.4 Ontheffing van de gebruiksregels

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd ontheffing te verlenen van het bepaalde in lid 3.3 voor de vestiging van bedrijven welke in de bijlage opgenomen Staat van bedrijven niet zijn genoemd onder de voor die gronden van toepassing zijnde categorieën, dan wel bedrijven die worden genoemd in een naast hogere categorie, mits deze bedrijven naar aard en effecten op de omliggende omgeving voor wat betreft geur, stof, gevaar en geluid, kunnen worden gelijkgesteld met de bedrijven welke wel zijn genoemd.

Ontheffing wordt niet verleend indien en voor zover dit niet bijdraagt aan een duurzame economische en stedenbouwkundige structuur van de gemeente.

Op de voorbereiding van een besluit tot het verlenen van ontheffing is de hierna geregelde procedure van toepassing:

  • a. het ontwerpbesluit ligt gedurende 4 weken ter gemeentesecretarie ter inzage;
  • b. de burgemeester maakt deze tervisielegging tevoren in een lokaal huis-aan-huisblad bekend;
  • c. in de kennisgeving wordt vermeld waar en wanneer de stukken ter inzage zullen liggen, wie in de gelegenheid wordt gesteld van hun zienswijze te doen blijken en op welke wijze dit kan geschieden;
  • d. gedurende de onder a. genoemde termijn kunnen belanghebbenden bij burgemeester en wethouders schriftelijk of mondeling zienswijzen naar voren brengen met betrekking tot het ontwerpbesluit;
  • e. burgemeester en wethouders nemen een met redenen omkleed besluit en doen daarvan mededeling aan hen die zienswijzen naar voren hebben gebracht.
3.4 Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en Wethouders kunnen het plan overeenkomstig artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening wijzigen, in die zin dat voor de gronden die zijn aangeven met 'wro-zone – wijzigingsgebied' de vestiging van geluidzoneringsplichtige inrichtingen wordt toegestaan, mits is aangetoond dat zulks niet zal leiden tot een geluidbelasting op de bestaande geluidzone die de grenswaarden bij of krachtens het bepaalde in de Wet geluidhinder overschrijdt.