direct naar inhoud van 3.3 Provinciaal beleid
Plan: Waterfront Noord II
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0243.BP00016-0001

3.3 Provinciaal beleid

3.3.1 Structuurvisie Gelderland

Het provinciaal ruimtelijk beleid is verwoord in het Streekplan Gelderland 2005 'Kansen voor de regio's', dat op 29 juni 2005 door provinciale staten is vastgesteld. Met de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) per 1 juli 2008 heeft het streekplan Gelderland 2005 de status van structuurvisie gekregen.

Binnen de structuurvisie zijn diverse deelgebieden onderscheiden. Voor de Noordwest-Veluwe geldt in principe een restrictief (terughoudend en ruimtebesparend) verstedelijkingsbeleid. Harderwijk heeft daarbinnen een regionale centrumfunctie.
De randmeerkust wordt beschouwd als een uniek gebied door de specifieke ecologische en landschappelijke kwaliteiten, maar ook door de watergebonden toeristisch-recreatieve ontwikkelingsmogelijkheden.
De Harderwijkse Waterfrontvisie biedt volgens het streekplan goede aanknopingspunten voor een integrale aanpak van de toeristisch-recreatieve problemen en kansen in hun ruimtelijke context. Het project Waterfront is één van de programma 's van het GSO/ISV.
De provincie geeft daarmee aan dat zij grote waarde hecht aan het project Waterfront. Daarnaast participeert de provincie in de organisatie.

De regionale structuurvisie Noord-Veluwe is voor de Structuurvisie Gelderland een belangrijk gegeven geweest. Conform deze visie meldt de Structuurvisie Gelderland dat de karakteristieke open gebieden langs de randmeerkust behouden moeten blijven. In aanvulling op de regiovisie stelt de Structuurvisie Gelderland dat water een belangrijk ordenend beginsel bij de (dubbel)bestemming van de ruimte in Gelderland is. Daarnaast dient de centrale positie van Harderwijk versterkt te worden en dient de recreatiesector een stimulans te krijgen. Het Waterfront is in de Structuurvisie Gelderland benoemd als onderdeel van de ruimtelijke ontwikkelingsopgaven van het 'Rode' raamwerk.

3.3.2 Ruimtelijke verordening Gelderland

Met de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) kunnen, indien provinciale of nationale belangen dat met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken, bij of krachtens provinciale verordening respectievelijk bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld omtrent de inhoud en toelichting van bestemmingsplannen.
In de Ruimtelijke Verordening Gelderland zijn regelingen opgenomen waarvan Provinciale Staten van mening zijn dat de provincie verantwoordelijk is voor de doorwerking daarvan. Daarnaast zijn regelingen opgenomen die naar de mening van het Rijk door de provincies nader moeten dan wel kunnen worden uitgewerkt in een provinciale verordening.

Ten aanzien van de verstedelijking over het algemeen wordt aangegeven dat de provincie als uitgangspunt hanteert dat nieuwe verstedelijking bij voorkeur plaatsvindt binnen het bestaand bebouwd gebied en binnen de zoekzones voor wonen en werken. Tevens hebben Gedeputeerde Staten per regio een percentage vastgesteld voor het aandeel van de nieuwbouw dat (minimaal) binnen het bestaand bebouwd gebied plaatsvindt.
Deze verordening legt het hierboven beschreven beleid van bundeling en intensivering vast door te bevorderen dat de nieuwbouw voor wonen en werken voor het overgrote deel binnen het bestaand bebouwd gebied en binnen de zoekzones wonen en werken plaatsvindt. Slechts een beperkt deel kan daarbuiten plaatsvinden.

Binnen de EHS geldt de "nee, tenzij"-benadering. Dit houdt in dat bestemmingswijziging niet mogelijk is als daarmee de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied significant worden aangetast, tenzij er geen reële alternatieven zijn en er sprake is van redenen van groot openbaar belang. Initiatiefnemers van ingrepen binnen de EHS zullen de effecten van de ingreep op kernkwaliteiten en omgevingscondities moeten onderzoeken. Indien (passende) ontwikkelingen in de EHS plaatsvinden is mitigatie en/of compensatie vereist, kan de saldobenadering worden toegepast, of is een herbegrenzing van de EHS nodig.