direct naar inhoud van 4.4 Water
Plan: Waterfront Noord II
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0243.BP00016-0001

4.4 Water

In het kader van bestemmingsplannen is een watertoets wettelijk verplicht (artikel 3.1.6, lid b, Bro). De watertoets is het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten van ruimtelijke plannen en besluiten. Voor het project Waterfront is formeel 18 oktober 2002 gestart met de procedure voor de watertoets. In de afgelopen jaren heeft overleg plaatsgevonden met de gemeente, Waterschap Veluwe en Rijkswaterstaat. Resultaten zijn vastgelegd in verschillende Watertoetsdocumenten en in de waterparagrafen van opgestelde bestemmingsplannen en Mer-documenten. Hierbij is sprake van een "aangroei-document" waarbij steeds verdieping heeft plaatsgevonden aansluitend bij van het proces in de ruimtelijke planvorming (Masterplan -> Bestemmingsplan -> Uitwerkingsplan). In het kader van wijzigingen binnen Waterfront Noord II is in 2009 met alle partijen overleg gevoerd en is voor Waterfront Noord II en Waterfront Zuid een overkoepelend 'Basisdocument watertoets Waterfront Harderwijk' (november 2009) opgesteld. Dit is het meest recente document en vormt een bijlage van het MER Waterfront. In voorliggende waterparagraaf zijn de relevante wateraspecten uit dit document samenvattend beschreven.

Uitvoeringszaken moeten nog nader worden afgestemd tussen Gemeente Harderwijk, Waterschap Veluwe en Rijkswaterstaat en worden vastgelegd in een bestuursovereenkomst. Deze bestuursovereenkomst zal voor vaststelling van het bestemmingsplan worden gesloten.


Beleid

Het project is reeds genoemd in het in december 2008 opgestelde ontwerp Beheer- en Ontwikkelplan voor de Rijkswateren (BPRW) 2010-2015 waarin het beheer van de Rijkswateren wordt beschreven. Het plangebied valt onder het IJsselmeergebied welke verder is uitgewerkt in het Progamma IJsselmeergebied waarin de doelen, opgaven en maatregelen die uit het BPRW voortkomen zijn beschreven. In het Programma IJsselmeergebied is het Waterfront beschreven onder de toekomstige ontwikkelingen als onderdeel van verwachte nieuwe hydromorfologische ingrepen. In dit programma wordt vermeld dat de ontwikkelingen van het Waterfront, waar onder andere landwinning voor nodig is, volgens onderzoek geen wezenlijke effecten op onder andere de EHS en op de waterhuishouding heeft. Vervolgens heeft nader onderzoek plaatsgevonden naar eventuele effecten.
Op 22 december 2009 is het Nationaal Waterplan 2009-2015 vastgesteld. Dit plan geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk in de periode 2009-2015 voert om te komen tot een duurzaam waterbeheer.

Lorentzhaven

Veiligheid

De nieuwe haven zal op een hoogte van meer dan 1,60 m +NAP worden aangelegd. Uitgaande van het beleid zoals verwoord in het Nationaal Waterplan (maximaal 0,30 m peilstijging ten opzichte van huidig zomerpeil van NAP -0,05 m) is dit ruim voldoende om wateroverlast te voorkomen. Voor het doorsteken van de Knardijk had Harderwijk te maken met peilverschillen van enkele decimeters door op- en afwaaiing bovenop het streefpeil. Na het doorsteken van de Knardijk traden effecten van op- en afwaaiing nauwelijks meer op. De optredende extremen zullen minder zijn dan in het verleden aangenomen door de gemeente.

Ten aanzien van veiligheid in relatie tot water bij het bestemmingsplan Waterfront-Noord II is een neutraal effect verwacht ten opzichte van de autonome ontwikkeling. Effecten op het gebied van wateroverlast worden dan ook niet verwacht.

Compensatie

In de plannen van het Waterfront Harderwijk wordt land gemaakt in het Veluwerandmeer, met als consequentie dat het waterbergend vermogen afneemt. In het Nationaal Waterplan van 22 december 2009 wordt voor de randmeren uit ruimtelijke kwaliteitsoverwegingen een beperking opgelegd van de buitendijkse ontwikkelingsruimte van 5 ha per gemeente. Een uitzondering op de 5 ha regel wordt gemaakt voor de gemeente Harderwijk. Harderwijk krijgt toestemming om tot 35 ha land te maken in het Veluwerandmeer, zonder daarvoor te moeten compenseren door elders wateroppervlak aan te leggen (mits wordt voldaan aan de geldende wet- en regelgeving waaronder de Natuurbeschermingswet). Het kabinet heeft daartoe besloten omdat het de bestuurlijk en juridisch vergevorderde besluitvorming over het Waterfront Harderwijk ondersteunt. De met dit beleid gemoeide kwantitatieve buitendijkse ontwikkelingsruimte leidt niet tot een significante afname van het waterbergend vermogen van het IJsselmeergebied en daarmee niet tot significante veiligheidsrisico's.

Behandeling hemelwater

Doelstelling van de planontwikkeling is om uitsluitend schoon hemelwater te lozen op het oppervlaktewater. Een effect van het niet aankoppelen van hemelwater is dat verontreinigingen door gebruik van het gebied in het oppervlaktewater komen. Rekening wordt gehouden met de kwaliteit van het afstromende hemelwater. Hierbij wordt het principe 'schoonhouden, scheiden, schoonmaken' gehanteerd. Bronmaatregelen kunnen worden getroffen door het weren van uitlogende stoffen bij verhard oppervlak, het aanleggen van hondenuitlaatplaatsen, milieuvriendelijke onkruidbestrijding, enzovoort. Daarmee kan aan de doelstelling worden voldaan.

De gemeente Harderwijk hanteert het volgende beleid:

  • 1. Schoon hemelwater wordt rechtstreeks geloosd op oppervlaktewater.
  • 2. Mogelijk vervuild hemelwater wordt via een bodempassage geloosd op het oppervlaktewater.
  • 3. Vervuild hemelwater wordt met het stedelijke afvalwater via het vuilwaterstelsel afgevoerd naar de rwzi.

Mogelijk verontreinigd hemelwater in Waterfront-Noord wordt geloosd via een verbeterd gescheiden stelsel. Het schone hemelwater wordt geïnfiltreerd in de bodem of geborgen in oppervlaktewater.

Overloopterrein

Waterkwaliteit

In de variant O5 van het overloopterrein zit 2 ha voor een nabehandelingsvijver voor het effluent van de RWZI en ook incidenteel voor overstort RO1 van het rioolstelsel van Harderwijk. RO1 stort circa zeven maal per jaar over op de nabehandelingsvijver. Bij overstorting van RO1 wordt het effluentwater tijdelijk via een bypass rechtstreeks op het Veluwemeer geloosd. Door de gekozen opzet wordt het effluent van de RWZI verder gezuiverd en rechtstreeks overstorten van rioolwater in het Veluwemeer sterk beperkt, waardoor de waterkwaliteit verder kan verbeteren.