direct naar inhoud van 3.2 Rijksbeleid
Plan: Waterfront Noord II
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0243.BP00016-0003

3.2 Rijksbeleid

3.2.1 Nota Ruimte

Op 17 mei 2005 nam de Tweede Kamer de Nota Ruimte aan. Behandeling in de Eerste Kamer vindt plaats ná het zomerreces van 2005. Deze Nota Ruimte bevat de visie van het kabinet op de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland en de belangrijkste bijbehorende doelstellingen voor de komende decennia. Naast de hoofdlijnen van het ruimtelijk beleid voor Nederland als geheel, zijn ook hoofdlijnen van beleid voor een aantal specifieke gebieden geformuleerd. Binnen het ontwikkelingsperspectief van het specifieke gebied 'IJsselmeergebied' wordt het Waterfront aangehaald als passende mogelijkheid binnen het 'nee, tenzij'-regime voor nieuwe buitendijkse watergebonden functies (of uitbreiding van bestaande functies).

In het onderstaande worden de relevante onderwerpen uit de nota benoemd. Vervolgens wordt ingegaan op de consequenties voor Harderwijk in het algemeen en voor dit bestemmingsplan in het bijzonder.

Nationaal Landschap Veluwe

In de nota is een twintigtal Nationale landschappen aangewezen. Eén daarvan is het Nationaal Landschap Veluwe. In Nationale landschappen zijn ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk, mits de kernkwaliteiten van het landschap worden behouden of worden versterkt, het zogenaamde 'ja, mits'-regime. Binnen Nationale landschappen is ruimte voor ten hoogste de eigen bevolkingsgroei (migratiesaldo nul). Grootschalige verstedelijkingslocaties en bedrijventerreinen en dergelijke, zijn niet toegestaan.

Deze beleidslijn betekent voor Harderwijk een structurele beperking voor landinwaartse ontwikkelingen. Daarentegen kan een versterking van de positie van Harderwijk als regionaal centrum juist bijdragen aan een vermindering van de druk op de Veluwe.


EHS, Vogel- en Habitatrichtlijn en Natura 2000

De netto begrensde EHS, de Vogel- en Habitatrichtlijngebieden en de gebieden die vallen onder de Natuurbeschermingswet, worden aangeduid als beschermde gebieden. Voor deze beschermde gebieden geldt de verplichting tot in-standhouding van de wezenlijke kenmerken en waarden.

Het Wolderwijd en het Veluwemeer maken onderdeel uit van de EHS en zijn bovendien aangewezen als Natura 2000-gebied. In hoofdstuk 4, paragraaf flora en fauna van deze toelichting, wordt de Passende beoordeling behandeld en wordt nader ingegaan op beleid en regelgeving die betrekking heeft op de bescherming van natuurwaarden. Hier wordt beschreven in hoeverre de voorgenomen ontwikkelingen van invloed zijn op de aanwezige natuurwaarden.


Water

Water wordt als structurerend principe gehanteerd. In de paragraaf Water wordt nader ingegaan op de waterhuishouding en de watertoets.

3.2.2 Nationaal Waterplan

Het Nationaal Waterplan is het rijksplan voor het waterbeleid en tevens structuurvisie op basis van de nieuwe Waterwet en de Wet ruimtelijke ordening. Het beschrijft de maatregelen die in de periode 2009-2015 genomen moeten worden om Nederland ook voor toekomstige generaties veilig en leefbaar te houden en de kansen die water biedt te benutten. Het Kabinet Balkenende IV heeft het Nationaal Waterplan op 22 december 2009 vastgesteld.

In het NWP hoofdstuk 5.3 IJsselmeergebied worden ook voor het project Waterfront Harderwijk relevante thema's waaronder Zoet water en veiligheid, Ontkoppeling, Buitendijkse ontwikkeling aangegeven.
Het kabinet kiest ervoor om zowel het Markermeer als de Veluwerandmeren los te koppelen van het IJsselmeer. Dat betekent, dat er in het Markermeer-IJmeer en de Veluwerandmeren een peilregime wordt gevoerd dat (beter) tegemoet komt aan wat nodig is voor een ecologisch duurzame ontwikkeling. De bovengrens van de bandbreedte zal maximaal 0,30 meter boven het huidige zomerstreefpeil liggen.
Ontkoppeling creëert ook gunstige voorwaarden voor buitendijkse ontwikkelingen, zoals verstedelijking en (moeras)natuur. Met deze nieuwe streefpeilen wordt bij het Waterfront rekening gehouden. Natuurontwikkeling in de Mheenlanden en realisatie van stapstenen en rustgebieden in de Veluwerandmeren, samen met aanvullende voorzieningen bij de lozing van (gezuiverd) stedelijk afvalwater scheppen gunstige voorwaarden voor de ontwikkeling van de natuurwaarden.

Het project Waterfront Harderwijk is concreet genoemd bij Realisatie, onder Buitendijkse ontwikkelingen (NWP blz. 170, 171). Het kabinet maakt ruimte voor nieuwe klein- en grootschalige buitendijkse ontwikkelingen. Voor de randmeren geldt uit ruimtelijke kwaliteitsoverwegingen een beperking van de buitendijkse ontwikkelingsruimte van 5 ha per gemeente. Een uitzondering op de 5 ha regel wordt gemaakt voor de gemeente Harderwijk. Deze gemeente krijgt toestemming om tot 35 ha in het water te bouwen, mits dat mogelijk is binnen de wet- en regelgeving zoals de Natuurbeschermingswet. Het kabinet heeft daartoe besloten omdat het de bestuurlijke en juridisch vergevorderde besluitvorming over het Waterfront Harderwijk ondersteunt. De met dit beleid gemoeide kwalitatieve buitendijkse ontwikkelingsruimte leidt niet tot een significante afname van het waterbergend vermogen van het IJsselmeergebied en daarmee niet tot significante veiligheidsrisico's. Als uitzondering op wat is vastgelegd in de Nota Ruimte, hoeft daarom het verlies aan waterbergend vermogen niet te worden gecompenseerd.

Na de val van het Kabinet heeft demissionair minister Eurlings op 10 maart 2010 aan de Tweede Kamer antwoord gegeven op de vraag wat de consequenties zijn van het controversieel verklaren van het dossier NWP. In een reactie geeft de minister aan dat bij het controversieel verklaren van het NWP van met name het structuurvisiedeel niet met de maatregelen wordt gestart dan nadat hierover met de Tweede Kamer gesproken is. Dit betekent dat de gemeente er vooralsnog niet vanuit kan gaan dat compensatie niet nodig is.In de paragraaf Water wordt nader ingegaan op de waterhuishouding en de watertoets.

3.2.3 Programma IJsselmeergebied en Beheer- en Ontwikkelplan

Het project is reeds genoemd in het in december 2008 opgestelde ontwerp Beheer- en Ontwikkelplan voor de Rijkswateren (BPRW) 2010-2015 waarin het beheer van de Rijkswateren wordt beschreven. Het plangebied valt onder het IJsselmeergebied welke verder is uitgewerkt in het Progamma IJsselmeergebied waarin de doelen, opgaven en maatregelen die uit het BPRW voortkomen zijn beschreven. In het Programma IJsselmeergebied is het Waterfront beschreven onder de toekomstige ontwikkelingen als onderdeel van verwachte nieuwe hydromorfologische ingrepen. In dit programma wordt vermeld dat de ontwikkelingen van het Waterfront, waar onder andere landwinning voor nodig is, volgens onderzoek geen wezenlijke effecten op onder andere de EHS en op de waterhuishouding heeft. Vervolgens heeft nader onderzoek plaatsgevonden naar eventuele effecten.

Recreatie

Op het gebied van recreatie wordt gestreefd naar bereikbare en toegankelijke recreatievoorzieningen in en rond de steden.

Onderhavig plan sluit hier goed bij aan. De recreatieve attractiepunten het havengebied, het waterfront en het Dolfinarium worden beter bereikbaar vanwege de voorgestelde verkeers- en parkeermaatregelen.

Gebiedsspecifieke beleidsuitgangspunten IJsselmeergebied

Ten aanzien van het IJsselmeergebied zijn in de Nota Ruimte specifieke uitspraken gedaan welke ook van toepassing zijn op het plangebied van dit bestemmingsplan. Het IJsselmeergebied behoort tot de nationale RHS. Hoofddoelstelling voor het IJsselmeergebied is de functie van het IJsselmeer in de borging van de veiligheid, de beperking van de wateroverlast en het behoud van de strategische watervoorraad te versterken én het gebied als grootschalig open gebied met bijzondere internationale waarden van natuur, landschap en cultuur te behouden en te ontwikkelen.

Het onderhavige plan maakt deel uit van het IJsselmeergebied. De ontwikkeling van het project Waterfront wordt in de Nota Ruimte genoemd voor het oplossen van een aantal problemen als gevolg van ruimtedruk. Het grote openbaar belang van het project Waterfront is aangetoond in het Structuurplan Waterfront.