direct naar inhoud van 4.10 Ecologie
Plan: Waterfront Noord II
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0243.BP00016-0003

4.10 Ecologie

Flora en fauna

In de Flora- en faunawet, die sinds 1 april 2002 van kracht is, is de bescherming van planten en diersoorten geregeld. De bescherming krijgt gestalte via een aantal verbodsbepalingen, die gelden bij ruimtelijke ingrepen, plannen en projecten. Het is verboden om vaste broed-, rust- en groeigebieden en andere vaste verblijfplaatsen van beschermde inheemse dieren en planten te vernielen of te verstoren. In hoeverre de verbodsbepalingen van toepassing zijn is afhankelijk van het beschermingsregime waartoe de soort behoort. Ook is in de Flora- en faunawet een zogenaamde zorgplichtbepaling opgenomen. Deze houdt in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen voor flora en fauna kunnen worden veroorzaakt, verplicht is dergelijke handelingen achterwege te laten.

In het plangebied komt een aantal via de Flora- en Faunawet beschermde soorten voor. Het merendeel betreft algemeen voorkomende soorten. Er wordt zo veel mogelijk aan de basisvoorwaarden voor het creëren van nieuw leefgebied voldaan, bijvoorbeeld door middel van de aanleg van nieuwe stenige of natuurvriendelijke oevers. Uitsluitend voor de vissoorten Kleine modderkruiper en Rivierdonderpad wordt een overtreding van de artikelen 9 (doden van individuen) en 11 (vernietiging leefgebied) voorzien door de voorgenomen ontwikkeling van Waterfront. Dit betreft lokale sterfte in de realiseringsfase. Na realisering zal snel herkolonisatie plaatsvinden. Beide zijn soorten van tabel 2. Voor geen van de aangetroffen soorten wordt afbreuk gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van de aangetroffen beschermde soorten als gevolg van de voorgenomen ingrepen. Daarnaast is in een Spaanse aak een nest van een buizerd aangetroffen. Dit betreft een jaarrond beschermde verblijfplaats waarvoor een ontheffing van de Flora- en faunawet aangevraagd dient te worden, indien wordt bevestigd dat deze verblijfplaats nog in gebruik is tegen de tijd dat de werkzaamheden worden uitgevoerd. Een dergelijke ontheffing zal verleend worden, mits de werkzaamheden buiten het broedseizoen starten.

Natuurbeschermingswet 1998

Gebiedsbescherming

Gebiedsbescherming wordt gewaarborgd door de Natuurbeschermingswet 1998. Deze wet beschermt Natura 2000-gebieden (Speciale beschermingszones Vogel- en Habitatrichtlijn) en Beschermde natuurmonumenten. Voor activiteiten met een mogelijk effect op deze gebieden is toetsing aan de Natuurbeschermingswet 1998 noodzakelijk. Hiertoe is voor het totale project Waterfront een Passende beoordeling uitgevoerd.

De bescherming van Natura 2000-gebieden volgens de Natuurbeschermingswet 1998 is vergelijkbaar met de bescherming volgens artikel 6 van de Habitatrichtlijn. Natura 2000-gebieden mogen geen significante schade ondervinden. Dit houdt in dat bepaalde plannen en projecten op zichzelf óf in combinatie met andere plannen en projecten de natuurwaarden waarvoor de gebieden zijn aangewezen, niet significant negatief mogen beïnvloeden.
Op 23 december 2009 zijn de Veluwerandmeren definitief aangewezen als Natura 2000-gebied. Daarbij is de begrenzing nabij Lorentzhaven gewijzigd ten opzichte van het ontwerp-aanwijzingsbesluit uit 2007.



afbeelding "i_NL.IMRO.0243.BP00016-0003_0008.jpg"

Ligging Natura 2000-gebied Veluwerandmeren

Habitattypen

Het project Waterfront heeft een licht verlies van het oppervlak van enkele habitattypen tot gevolg door de landaanwinning. Op deze locatie bevinden zich geen belangrijke oppervlaktes of dichtheden. Het betreft marginale fragmenten van deze typen. Bovendien kunnen er als gevolg van de verbeterde waterkwaliteit en de toename van ondiep water nieuwe kranswiervelden en fonteinkruidvelden ontwikkelen. Derhalve zijn licht positieve effecten op de instandhoudingsdoelen van de aangewezen habitattypen te verwachten.

Habitatsoorten

Het project Waterfront heeft een licht verlies van het oppervlak van leefgebied van de Kleine modderkruiper tot gevolg door de landaanwinning. Op deze locatie bevinden zich geen belangrijke dichtheden. Omgekeerd zal de kwaliteit van het leefgebied voor deze soort toenemen door de verbeterde waterkwaliteit en de daarmee gepaard gaande toename van kranswiervelden. Voor de Rivierdonderpad blijft de hoeveelheid leefgebied vergelijkbaar of wordt zelfs groter in vergelijking met de huidige situatie. Voor de Meervleermuis zal geen verlies van leefgebied optreden. Derhalve zijn geen negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van de aangewezen soorten te verwachten.

Broedvogels

In het plangebied van het Waterfront komt geen leefgebied voor van broedvogels waarvoor instandhoudingdoelen zijn opgesteld. Tevens is er geen potentieel leefgebied waar herstelopgaven te realiseren zijn. Derhalve is het totale effect van het Waterfront neutraal voor de Roerdomp en Grote karekiet en zijn er neutrale effecten op de instandhoudingsdoelen van de aangewezen soorten te verwachten.

Niet-broedvogels

De onderdelen van het Project Waterfront die betrekking hebben op landaanwinning en drooglegging van oppervlaktewater hebben negatieve effecten op leefgebied en kwaliteit ervan voor enkele soorten watervogels. De omvang van met name de verstorende effecten van de toename van (recreatief) vaarverkeer zijn niet precies te voorspellen. Echter doordat er twee substantiële vogelrustgebieden worden gerealiseerd, kan op voorhand een effect worden uitgesloten omdat de vogels op drukke (onrustige) dagen in de directe omgeving kunnen uitwijken. In samenhang met enkele andere maatregelen zoals het aanleggen van natuurvriendelijke oevers, de verbetering van de waterkwaliteit en de verondieping van enkele oevers biedt dit met zekerheid de garantie dat de voorkeursvariant neutrale of zelfs positieve effecten heeft voor watervogels. Derhalve is het totale effect van het Waterfront neutraal of positief voor watervogels en zijn geen negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van de aangewezen soorten te verwachten.

Eindconclusie instandhoudingsdoelen en kernopgaven

De passende beoordeling voor het Waterfront, die is opgesteld met de beste ter beschikking staande kennis en informatie, wijst uit dat het project Waterfront Harderwijk, zowel afzonderlijk als in combinatie met andere plannen of projecten, ten opzichte van de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura 2000-gebieden Veluwerandmeren en Veluwe geen significant negatieve gevolgen heeft en evenmin een aantasting oplevert van de natuurlijke kenmerken van deze gebieden.