direct naar inhoud van 3.5 Milieu
Plan: Frankrijk - Krommekamp/Vlierburgweg
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0243.BP00084-0004

3.5 Milieu

3.5.1 Inleiding

In dit hoofdstuk komen de relevante milieu- en omgevingsaspecten aan bod. Het betreffen hier de randvoorwaarden en beperkingen die voorkomen uit het beleid en wetgeving op het gebied van: geluid (Wet geluidhinder), luchtkwaliteit (Wet luchtkwaliteit), bodem (Wet bodembescherming), bedrijvigheid (Wet milieubeheer) en externe veiligheid (BRZO, REVI, Bevi, Wet milieubeheer).

3.5.2 geluidhinder

De mate waarin geluid, veroorzaakt door het wegverkeer en/of door een industrieterrein, het woonmilieu mag belasten, is geregeld in de Wet geluidhinder. In de Wet geluidhinder (Wgh) zijn normen opgenomen voor de toelaatbare geluidbelasting als gevolg van de verschillende geluidbronnen. De Wgh maakt een onderscheid tussen de voorkeursgrenswaarde en de hoogst toelaatbare geluidbelasting. Wanneer de geluidbelasting onder de voorkeursgrenswaarde valt, worden de effecten van geluid zonder meer toelaatbaar geacht. Indien de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden, maar de geluidbelasting de ten hoogste toelaatbare geluidwaarde niet te boven gaat, is de overschrijding na een afweging, toelaatbaar. De voorkeursgrenswaarde voor wegverkeerslawaai is 48 dB en de ten hoogst toelaatbare waarde is 63 dB, voor binnenstedelijk gebied. De voorkeursgrenswaarde vanwege een gezoneerd industrieterrein is 50 dB(A) en de ten hoogst toelaatbare waarde is 55 dB(A).


Wegverkeerslawaai :

Verkeerswegen hebben volgens de Wet geluidhinder aan weerszijden zones. Een zone kan, afhankelijk van de situatie, een breedte hebben van 100 tot 600 m. Binnen deze wettelijke zones geldt het grenswaardensysteem van de Wgh voor het toetsen van geluidsgevoelige bestemmingen zoals woningen. Akoestisch onderzoek is noodzakelijk, wanneer dergelijke bestemmingen nieuw in de wettelijke zones worden geprojecteerd.

De woningbouwlocatie ligt ingeklemd tussen de Vlierburgweg, de Zuiderzeestraatweg en de Krommekamp. Voor deze wegen is geen wettelijke zones op grond van de Wet geluidhinder vastgesteld omdat op deze wegen een snelheidsregime van 30 km/uur geldt. Dit betekent nog steeds dat er een toetsing moet plaatsvinden om te bepalen of er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Gelet op het geringe aantal verkeersbewegingen op de bovengenoemde wegen wordt geconcludeerd dat de geluidbelasting dusdanig laag is dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening.


Industrielawaai :

Het plangebied ligt niet in de geluidszone van het bedrijventerrein Lorentz. Buiten deze zone mag de geluidsbelasting, vanwege het bedrijventerrein Lorentz, de waarde van 50 dB(A) niet te boven gaan. Binnen de geluidszone dient terughoudend te worden omgegaan met eventuele toevoegingen van nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen. De geluidbelasting vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het voorliggend bestemmingsplan.

3.5.3 Luchtkwaliteit

De Wet luchtkwaliteit (verankerd in de Wet Milieubeheer hoofdstuk 5, titel 2) is een implementatie van diverse Europese richtlijnen omtrent luchtkwaliteit waarin ter bescherming van mens en milieu onder andere grenswaarden voor vervuilende stoffen in de buitenlucht (o.a. fijn stof en stikstofdioxide) zijn vastgesteld. De wet stelt bij een (dreigende) grenswaardenoverschrijding aanvullende eisen en beperkingen voor ruimtelijke plannen die "in betekenende mate" (IBM) leiden tot verslechtering van de luchtkwaliteit. Daarnaast moet uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening afgewogen worden of het aanvaardbaar is het plan op deze plaats te realiseren. Hierbij speelt de blootstelling aan luchtverontreiniging een rol, ook als het plan "niet in betekende mate" (NIBM) bijdraagt aan de luchtverontreiniging.

Op grond van de Wet Luchtkwaliteit worden er binnen het plangebied geen grenswaarden overschreden ook zijn er geen dreigende grenswaardenoverschrijdingen. Het plan leidt niet tot een dusdanige toename van het aantal verkeersbewegingen waardoor er niet in betekende mate verslechtering van de luchtkwaliteit optreedt. Zowel vanuit de Wet milieubeheer als vanuit een goede ruimtelijke ordening vormt de luchtkwaliteit geen belemmering voor het bestemmingsplan.

3.5.4 Bodemkwaliteit

Vanaf de eerste beschikbare luchtfoto uit 1949 is de locatie aan de Vlierburgweg 1 bebouwd. Het gehele perceel is volgens de luchtfoto's als agrarisch in gebruik. De oorspronkelijke bebouwing met agrarische activiteiten is nog aanwezig. Vrijwel alle bebouwing staat op de noordoostelijke helft van de locatie (zijde Vlierburgweg). Op de zuidwestelijke helft van de locatie (zijde Krommekamp) staat alleen een grote schuur. Op het deel aan de zijde van de Krommekamp maakt het bestemmingsplan de realisatie van maximaal vier woningen mogelijk.


Er is een gecombineerd verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd door Adviesbureau: Midden Nederland Milieu (uitvoerend bureau: Hunneman Milieu-Advies), dd april 2012, nummer: 2012153/mh/sh. Het onderdeel voor het verkennend bodemonderzoek is conform de norm NEN 5740 uitgevoerd. Het onderdeel voor het asbestonderzoek is niet geheel conform de norm NEN 5707 uitgevoerd. Voor dit onderzoek is voor de gehele onderzoekslocatie slechts één asbestanalyse uitgevoerd. Uit de uitkomst mag daarom alleen geconcludeerd worden of de locatie wel of niet asbestverdacht is.

Beoordeling onderzoeksresultaten:

Tijdens het veldwerk is zowel op het maaiveld als in de opgeboorde grond geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Ook ter plaatse van de puinverharding op de noordoostelijke helft is zintuiglijk geen asbest waargenomen. In het grondmengmonster van de gehele locatie (0 tot circa 1,5 m -mv) dat op asbest is geanalyseerd is geen asbest aangetoond. In het mengmonster van de bovengrond op de noordoostelijke helft en in het mengmonster van de ondergrond zijn geen verhoogde gehalten aan de gemeten parameters aangetoond. In het mengmonster van de bovengrond op de zuidwestelijke helft zijn alleen licht verhoogde gehalten aan lood, zink en PAK aangetoond. In het grondwater ter hoogte van peilbuis 1 is alleen een licht verhoogde gehalte aan barium aangetoond.

Conclusie:

Met betrekking tot asbest kunnen we concluderen dat de grond op de locatie niet asbestverdacht is. De milieuhygiënische kwaliteit van de bodem vormt geen belemmering voor de nieuwbouwplannen.

Algemene opmerkingen:

Een bodemonderzoek is slechts een momentopname van de kwaliteit van de vaste bodem en het grondwater. De resultaten van een bodemonderzoek zijn dan ook beperkt bruikbaar. Door activiteiten op of nabij de locatie na uitvoering van het bodemonderzoek kan de kwaliteit van de bodem of het grondwater verslechteren. Over het algemeen wordt een bodemonderzoek na circa 5 jaar als verouderd beschouwd. Indien op de locatie (bedrijfs)activiteiten gaan plaatsvinden die mogelijk bodembedreigende gevolgen kunnen hebben kan er aanvullend een nulsituatie bodemonderzoek gevraagd worden. Tevens kan na beëindiging van bodembedreigende (bedrijfs)activiteiten een eindsituatie bodemonderzoek gevraagd worden.

afbeelding "i_NL.IMRO.0243.BP00084-0004_0004.png"

3.5.5 Externe veiligheid

In het plangebied liggen geen externe veiligheidsbronnen (inrichtingen, transportroutes en buisleidingen). Ook ligt het plangebied niet binnen een risicocontour voor het plaatsgebonden risico of het invloedsgebied voor het groepsrisico van een risicobron die buiten het plangebied liggen. Externe veiligheid levert geen belemmering op voor het bestemmingsplan.