direct naar inhoud van 4.3 Molenbiotoop
Plan: Zeebuurt 2011
Status: concept
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0243.BP00051-0001

4.3 Molenbiotoop

Molen De Hoop

De molen De Hoop staat aan de Vissershaven, Havendijk 9, net buiten het plangebied. Vanwege deze directe nabijheid heeft de bij de molen behorende zogeheten molenbiotoop mede een relatie met Zeebuurt.

De geschiedenis van de voorgangers van deze molen begint in 1621. Toen werd op het bolwerk ‘Keelaft’, op de plaats waar nu het gemeentehuis staat, een standerdmolen gebouwd, die meerdere malen is herbouwd. Laatstelijk stond hier een achtkante baliemolen, vermoedelijk een gewezen Zuid-Hollandse watermolen, die op 25 oktober 1909 afbrandde. Op de noordoosthoek van de oude stad werd toen in 1911 een nieuwe achtkante baliemolen gebouwd, de overgeplaatste korenmolen De Hoop uit Waddinxveen, aldaar gebouwd in 1900 met gebruikmaking van onderdelen van een poldermolen. De nieuwe molen bleef tot na de oorlog in gebruik. In 1952 werd de molen gerestaureerd en ingericht tot café-restaurant. In de nacht van 28 op 29 maart 1969 brandde de molen uit.

Herbouwplannen mislukten aanvankelijk. In 1992 werd de Harderwijkse Molenstichting opgericht om toch weer voor een molen in Harderwijk te zorgen. Men wist de hand te leggen op de onttakelde romp van de molen van Reerink in Oldenzaal. Deze molen was oorspronkelijk in 1693 in Weesp gebouwd en heette aanvankelijk ‘De Craemerse Molen’, later ‘De Vriendschap’ en tenslotte ‘Het Anker’. In 1779 werd de molen na brand herbouwd. Aanvankelijk werkte deze molen voor de Weesper jeneverindustrie; in de tweede helft van de negentiende eeuw werd deze in gebruik genomen als een gewone korenmolen. In 1913 werd de molen in Weesp gesloopt en vervolgens in Oldenzaal weer opgebouwd ter vervanging van een standerdmolen, ‘De Bisschopsmolen’. In 1928 werd de molen onttakeld en was laatstelijk als silo in gebruik bij het veevoederbedijf van Reerink. Wegens de bedrijfssituatie moest de molen verdwijnen en begin september 1993 werd het achtkant overgebracht naar Harderwijk. Uiteindelijk, na een intensieve locatiestudie naar een beschikbare plek nabij de binnenstad met voldoende windbelasting, werd in 1995 aan de Vissershaven met de opbouw van de molen begonnen. Op 18 september 1999 is de molen, inmiddels ‘De Hoop’ geheten, in bedrijf gesteld. Ondertussen was de molen op de lijst van beschermde rijksmonumenten geplaatst.

De korenmolen ‘De Hoop’ is een achtkante stellingmolen. Een dergelijke molen staat op een verhoging, de stelling, om ook in de bebouwde kom voldoende wind te kunnen vangen om te kunnen draaien. De stellinghoogte van de molen ‘De Hoop’ bedraagt 9,10 meter.

Met het gereedkomen van de molen ‘De Hoop’ ontstond in de aldaar bestaande omgeving een molenbiotoop. Voor wat betreft het plangebied Zeebuurt wordt dat gedeelte van de molenbiotoop van de molen ‘De Hoop’ bepaald door de nu fysiek aanwezige bebouwing en beplanting. Deze bebouwing heeft in het algemeen een bouwhoogte van ten hoogste 9 meter. Echter op een afstand van 170 meter bevindt zich aan de Havenkade nog het kantoorgebouw van Omnia Wonen dat hoger is (12 meter) en op een afstand van circa 220 meter de twee flatgebouwen langs de Burgemeester de Meesterstraat (13 meter).

Gelderse molenverordening

Een maalvaardige molen en een enthousiaste molenaar alleen zijn niet voldoende om een molen te laten functioneren. Het werktuig stelt ook eisen aan zijn omgeving: er moet wind zijn om de wieken in beweging te kunnen zetten. In 1973 werd om dit omgevingselement aan te duiden het begrip "molenbiotoop" geïntroduceerd. De molenbiotoop heeft betrekking op de hele omgeving van een molen, voor zover die van invloed is op het functioneren van die molen als maalwerktuig én als monument. De biotoop kent een straal van 400 meter. Naast windvang dient dan ook te worden gelet op de belevingswaarde van de molen. Gebouwen en bomen kunnen de molenbiotoop aantasten.

Een tweede aspect van de molenbiotoop heeft te maken met de belevingswaarde. Molens zijn een belangrijk element in het landschap of stedelijk gebied en hebben vaak te maken met de ontstaansgeschiedenis van de omgeving. Omdat molens wind moesten kunnen vangen, stonden ze in een open landschap of staken ze in ieder geval uit boven hun omgeving. Die voor molens kenmerkende situatie moet zoveel mogelijk worden bewaard, willen de werktuigen volledig tot hun recht komen. Met andere woorden: molens horen in het zicht te staan. Als dat het geval is, blijken molens zeer belangrijke herkenningspunten in een gebied te zijn.

In de Gelderse Molenverordening (12 januari 1996) in combinatie met de recentelijk aangepaste Uitvoeringsregeling Gelderse Molenverordening (16 november 2007 in werking getreden) is bepaald
hoe omgegaan moet worden met planologische veranderingen binnen een molenbiotoop.

De biotoopformule is een eenvoudige manier om de maximaal aanvaardbare hoogte van obstakels rond een molen te berekenen, dusdanig dat de molen hier geen onoverkomelijke hinder van ondervindt. Bij de afweging tot welke hoogte er gebouwd kan worden, mag daarbij rekening gehouden worden met de al aanwezige tussenliggende bebouwing. De biotoopformule wordt dus vooral toegepast om te kunnen bepalen of een obstakel op een bepaalde afstand van de molen al dan niet "te hoog" is. De eerste 100 meter dient vrij te zijn van obstakels.

Deze biotoopformule luidt als volgt:

Hx=X/n+cxz of X=n(HX-cxz)

Waarin:

H = hoogte obstakel

X = afstand obstakel tot molen

n = 140 voor open gebied, 75 voor ruw gebied, 50 voor gesloten gebied

c = constante = 0,2

z = askophoogte (helft van lengte vlucht + de eventuele hoogte van de stelling)

Wanneer de omgeving van de beschouwde molen voldoet aan de eisen uit de formule is er sprake van een toelaatbare situatie. Om de berekening te kunnen maken is gebruikgemaakt van de volgende basisgegevens voor molen De Hoop:

stellinghoogte = 9,10 meter

vlucht = 26,30 meter

z = (½ x vlucht) + stellinghoogte = 22,25 meter

n = 50

Aan de hand van de biotoopformule is de biotoop van Molen De Hoop bepaald. De hoogte van de woningen zou binnen 200 meter van de woning in ieder geval niet meer mogen bedragen dan 9,10 meter (stellinghoogte). Aangezien het in voorliggend bestemmingsplan een bestaande situatie betreft en de eventuele nieuwe ontwikkelingen niet hoger mogen zijn dan de bestaande bouwhoogten in het plangebied (10 meter), zal de molenbiotoop door het voorliggende bestemmingsplan niet verslechteren.


afbeelding "i_NL.IMRO.0243.BP00051-0001_0006.png"