direct naar inhoud van Artikel 8 Wonen
Plan: Zeebuurt 2012
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0243.BP00051-0003

Artikel 8 Wonen

8.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. wonen;
  • b. horeca op de begane grond uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'horeca van categorie 1a' en in de categorie 1a die in bijlage 1 'Staat van horeca-activiteiten' zijn opgenomen;
  • c. bedrijf aan huis, ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf aan huis', en uitsluitend in de vorm van een loodgietersbedrijf aan de Hierdenseweg 9, een garagebedrijf aan de Stadsdennenweg 7 en een kantoor aan de Landweg 18;
  • d. praktijkruimte, ter plaatse van de aanduiding 'praktijkruimte';
  • e. detailhandel op de begane grond, ter plaatse van de aanduiding 'detailhandel';
  • f. kantoor op de begane grond, ter plaatse van de aanduiding 'kantoor';
  • g. onderdoorgang, ter plaatse van de aanduiding 'onderdoorgang';
  • h. ondergrondse parkeergarage, ter plaatse van de aanduiding 'parkeergarage';
  • i. tuinen, erven en terreinen;
  • j. nutsvoorzieningen;
  • k. groenvoorzieningen;
  • l. waterlopen, waterpartijen en waterbergingen;
  • m. speelvoorzieningen;
  • n. voet- en fietspaden;
  • o. parkeervoorzieningen;
  • p. woonstraten en wegen met een buurtontsluitende functie;
  • q. verkeersvoorzieningen, waaronder afscheidingen, lichtmasten, verkeersborden, alsmede voorzieningen voor de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer.

Onder wonen is mede begrepen:

  • a. het uitoefenen van het aan huis verbonden beroep;
  • b. bed & breakfast.
8.2 Bouwregels
  • a. Voor het bouwen van gebouwen ten behoeve van wonen gelden de volgende regels:
    • 1. de gebouwen worden gebouwd binnen het bouwvlak, met dien verstande dat:
      • a. hoofdgebouwen uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - hoofdgebouw' mogen worden gebouwd;
      • b. de ondergrondse parkeergarage buiten het bouwvlak mag worden gerealiseerd;
    • 2. per afzonderlijk bouwperceel gelden de volgende regels:
      • a. het aantal woningen bedraagt niet meer dan het bestaande aantal woningen;
      • b. ter plaatse van de aanduiding 'maximale goot- en bouwhoogte (m)' bedragen de goot- en bouwhoogten niet meer dan de aangegeven hoogten, dan wel de bestaande hoogten indien die meer bedragen;
      • c. ter plaatse van de aanduiding 'onderdoorgang' dient een vrije onderdoorgang met een minimale hoogte van 2 meter gehandhaafd te blijven;
      • d. het bebouwingspercentage van het achtererf mag niet meer bedragen dan 50%;
      • e. het bebouwde oppervlakte van het achtererf mag niet meer bedragen dan 50 m²;
      • f. op het zijerf is de oprichting van een al dan niet aangebouwd gebouw toegestaan, mits:
        - ter plaatse van de aanduiding 'maximale goot- en bouwhoogte (m)' bedragen de goot- en bouwhoogten niet meer dan de aangegeven hoogten, dan wel de bestaande hoogten indien die meer bedragen ;
        - de oppervlakte niet meer bedraagt dan 25 m²;
        - de afstand tot de voorgevelbouwgrens ten minste 1 m bedraagt, dan wel de bestaande
        afstand indien deze minder is;
        - de afstand tot de zijdelingse perceelgrens, grenzend aan het openbaar toegankelijk
        terrein, ten minste 3 m bedraagt, dan wel de bestaande afstand indien deze minder is;
      • g. in afwijking van het gestelde onder 1 is voor de voorgevelbouwgrens van een bestaande woning een erker toegestaan, met dien verstande dat deze:
        - geen grotere bouwdiepte mag hebben dan 1,5 m;
        - geen grotere goothoogte mag hebben dan 3 m;
        - geen grotere breedte mag hebben dan 75% van de voorgevelbreedte van de woning waartoe zij behoort;
        - niet tot gevolg mag hebben dat de afstand van de woning tot de aan de weg gelegen perceelgrens minder dan 2 m bedraagt.
  • b. Voor het bouwen van gebouwen ten behoeve van verkeers- en verblijfsdoeleinden en nutsvoorzieningen gelden de volgende regels:
    • 1. de inhoud bedraagt per gebouwtje niet meer dan 50 m³;
    • 2. de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 3 m.
  • c. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de regel dat de bouwhoogte niet meer dan 3 m mag bedragen, met dien verstande dat:
      • a. bijbehorende bouwwerken worden gebouwd binnen het bouwvlak, met dien verstande dat deze geen grotere oppervlakte mogen hebben dan 25 m2;
      • b. de bouwhoogte van bouwwerken ten behoeve van verkeers- en verblijfsdoeleinden en openbare nutsvoorzieningen, niet meer mag bedragen dan 6 m;
      • c. erfafscheidingen voor de voorgevel geen grotere hoogte mogen hebben dan 1 m en voor het overige geen grotere hoogte mogen hebben dan 2 m;
      • d. masten geen grotere hoogte mogen hebben dan 6 m.
8.3 Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen met het oog op het voorkomen van een onevenredige aantasting van:

  • a. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
  • b. het bebouwingsbeeld;
  • c. de verkeersveiligheid;

nadere eisen stellen aan:

  • a. de plaats van de gebouwen waarvan de maximaal toegestane bouwhoogte 3 m bedraagt;
  • b. de plaats van gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen en verkeers- en verblijfsdoeleinden;
  • c. de plaats van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met een grotere horizontale oppervlakte dan 6 m² en/of een grotere bouwhoogte dan 1,5 m.
8.4 Afwijken van de bouwregels
  • a. Het bevoegd gezag kan voor de gebieden die zijn aangeduid als ‘Wro-zone - wijzigingsgebied 3’ tot en met ‘Wro-zone - wijzigingsgebied 11’ bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 8.2 a, onder 1 voor het overschrijden van de voorgevelbouwgrens met 1,10 m ten behoeve van vergroting van de woning,, met dien verstande dat de overschrijding van de bouwgrens:
    • 1. uitsluitend bij twee of meer aaneengebouwde woningen plaats mag vinden;
    • 2. bij twee of meer aaneengebouwde woningen tegelijkertijd plaatsvindt;
    • 3. voor niet meer dan 40% van de breedte van de voorgevel van de woning plaatsvindt.
  • b. Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 8.2 a, onder 3e voor het vergroten van de bebouwde oppervlakte van het achtererf tot maximaal 75 m², mits:
    • 1. het bebouwingspercentage van het betrokken achtererf niet meer bedraagt dan 50%;
    • 2. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:
      • a. de gebruiksmogelijkheden en het rustige woongenot van aangrenzende gronden;
      • b. het bebouwingsbeeld;
      • c. de verkeersveiligheid.
  • c. Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 8.2 a, onder 3f voor het aanhouden van een kleinere afstand tot de voorgevelbouwgrens dan 1 m tot een minimale afstand van 0 m, dan wel de bestaande, kleinere afstand, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:
    • 1. de gebruiksmogelijkheden en het rustige woongenot van aangrenzende gronden;
    • 2. het bebouwingsbeeld;
    • 3. de verkeersveiligheid.
  • d. Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 8.2 a, onder 3e en lid 8.2 a, onder 3f ten behoeve van mantelzorg voor een grotere gezamenlijke oppervlakte aan gebouwen, met dien verstande dat:
    • 1. mantelzorg in vrijstaande bijgebouwen niet is toegestaan, met dien verstande dat dit wel is toegestaan in een voor de mantelzorg geplaatste unit;
    • 2. de uitbreiding op zij- en/of achtererf niet meer bedraagt dan 50 m²;
    • 3. de afwijking geldt voor een periode van maximaal 5 jaar. Deze kan na afloop telkens worden verlengd met een periode van maximaal 5 jaar.
8.5 Specifieke gebruiksregels
8.5.1 Strijdig gebruik

Onder gebruik in strijd met de bestemming wordt in ieder geval verstaan het bewonen van vrijstaande gebouwen, niet zijnde woningen.

8.5.2 Aan huis verbonden beroep

Onder wonen is het uitoefenen van het aan huis verbonden beroep mede begrepen, met dien verstande dat niet meer dan 40% van het gezamenlijke bruto vloeroppervlak van de tot een bouwperceel behorende gebouwen tot een maximum van 75 m² voor het aan huis verbonden beroep mag worden gebruikt.

8.5.3 Bed & Breakfast

Onder wonen is bed & breakfast mede begrepen, met dien verstande dat:

  • a. de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is;
  • b. het een kleinschalige verblijfsaccommodatie betreft met maximaal 7 slaapkamers, die deel uitmaakt van een woning;
  • c. het een ondergeschikte nevenactiviteit ten opzichte van de functie wonen betreft, waarbij het gebruik beperkt is tot 40% vloeroppervlak van de woning met een maximum van 100 m²;
  • d. de recreatieve nevenactiviteit mag geen afbreuk doen aan de woonfunctie.